dinsdag 13 mei 2014

BOEman

ik hoor geritsel achter mij en draai mij om.
Ik zie haar verschrikt opkijken en haar kleine vingertjes proberen de snoep nog in haar jaszakje te steken.
"Ewel?" vraag ik
haar vingertjes omklemmen de twix waar ze zonet nog zo stiekem zo van aan het genieten was
ze stamelt iets
"ben je hier met je mama?" vraag ik
"ja" klinkt het klein
"ga jij het haar zeggen of zal ik het haar zeggen?" stel ik haar voor een zo goed als voldongen feit
"ik zeg het wel" piept ze
en ze begint onhandig te grabbelen naar de doos met royco-zakjes
"je moet geen schrik hebben ik wacht wel tot ik zeker ben dat je het zegt" en tegelijkertijd breekt mijn hart voor haar
"ik... ik ben aan het helpen" stamelt ze
en ze kijkt naar het einde van de gang
"is dat jouw mama?" vraag ik
"Neehee" en haar gezichtje vertrekt als doordringt dat, dat boosaardig wijf het hier niet bij zal laten
ik doe haar een kleine toegeving "hei komaan niet zo aantrekken ik heb ook ooit snoep gestolen" en vraag mij af of ik haar zou helpen met de soepzakjes of dat ze de schrik van haar leven zal opdoen als ik een stap in haar richting zet.
De doos tuimelt uit het rek op de grond simultaan verschijnt de mama aan de rayon. Iedereen kijkt iedereen aan. Zij pruts aan de doos zo vanstreek dat ze het haar maar niet lukt ze op te rapen, ze weet niet meer waar kijken.
"Wat scheelt er, liefje?" vraag t de mama met zachte stem maar ze kijkt naar mij
"zeg het maar, jou mama lijkt mij een hele lieve" zeg ik tegen haar
"liefje? heb je de doos laten vallen?" vraagt ze aan Liefje
en ze kijkt vragend naar mij
"ze heeft iets gedaan dat elk kind wel eens doet, maar ze is betrapt" en ik geef haar nogmaals de kans open kaart te spelen.
Liefje barst in een hartverscheurend gehuil uit en zou het liefst in de grond kruipen
"zeg het maar liefje" zegt mama-Lief
"ik durf niet" en haar tranen en ontreddering zijn ontroerend echt
ik hoor haar nog lang huilen in de rayon achter mij, ik zou zo graag terug gaan en mijn excuses aanbieden maar ergens weet ik dat ze hier alleen doormoet.

als ik mijn karretje terug breng zie ik mama-Lief en Lief samen in de wagen zitten. Ik laat mijn kar midden in de weg staan en ga naar de wagen Mama-Lief glimlacht en doet haar ruitje open
of het met Lief gaat vraag ik want ik kan me voorstellen hoe ze zich voelt en dat ik er mij slecht bij voel. Ja zegt Mama-Lief het gaat ze heeft het mij vertelt. En Lief huilt weer in stilte deze keer. Ik zeg dat ik trots ben en dat ze ook verdomt trots op zichzelf mag zijn dat ze daar het lef toe gehad heeft.
Dat ze mij wel een strenge vond zegt Mama-Lief 
Dat ik mij dat kan voorstellen maar dat ik haar niet het gevoel wou geven dat het wel door de beugel kon.
Neen dat is zegt Mama-lief en we hebben afgesproken dat ze het in't vervolg zal vragen.
Misschien kunnen wij dan afspreken dat het ons geheimpje blijft van jou, je mama en mij zeg ik niemand anders hoeft het deze keer te weten, wat denk je vraag ik.
ja zegt Mama-Lief dit blijft onder ons we vertellen het aan niemand
Lief haar ogen worden groot de tranen minderen dankbaarheid komt in de plaats en ze knikt en fluistert  Ja.
Sorry zeg ik tegen Mama-Lief
Dank u mimt Mama-Lief
ik steek mijn hand op als ze wegrijd

en vraag mij af wie van ons 3 deze nacht het slecht zal slapen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten